|
Posterholt, 23 februari 2010 |
Ha die caafjes van overal……
Wij hebben hier een nieuwe vriend, alhoewel we hem niet zomaar ergens tegen willen komen, komt hij elke dag met baasje ons verzorgen en kijkt hij rustig naar wat wij allemaal doen.
Laatst zat hier zelfs de miauwende caaf bij ons in huis. Ze was ook meegekomen en toen baasje weg ging had ze niet gezien dat ze nog bij ons op bezoek was.
Ze vond het op een gegeven moment helemaal niet leuk meer. Ze was niet zo te spreken over ons eten. Ze had liever iets anders. Gelukkig kwam baasje haar toen weer halen ….eh….. zoeken!!!
Maar gelukkig is Simba (zo heet de miauwende caaf) heel vriendelijk tegen ons geweest en we hadden er ook geen enkele moeite mee dat ze bij ons was.
En nu komt Lurry (de blaffende caaf) elke dag kijken, maar hij kijkt alleen over het muurtje naar ons want hij is te groot voor ons huis. Ook hij is eigenlijk een opvang(hond)caaf.
En hij wil zijn verhaal ook graag met jullie delen.
Er zijn helaas nog erg veel soorten caafjes die minder leuke dingen mee maken en daar angsten aan overhouden.
Of het nu een whiepende, miauwende, mekkerende of blaffende caaf is.
Groetjes van de Posterse Bende
Hallo caviavriendjes….
Ik vind jullie heel interessant en ben ook altijd vrolijk als ik jullie zie. Maar baasje is er altijd bij omdat ze bang is dat ik jullie iets zou doen. Maar dat is niet zo hoor. Ik duw wel eens mijn neus tegen jullie, dat komt omdat jullie zo vreemd ruiken.
Elke dag kijk ik bij de Posterse Bende hoe jullie verzorgd worden en wat jullie te eten krijgen. En ik volg jullie bewegingen nauwgezet. Ook proef ik wel eens stiekem aan jullie brokjes.
Zoals ik heb gehoord zijn jullie vaak ook afgedankte caafjes die toch weer een nieuw baasje gevonden hebben.
Wat is dat toch met die oude baasjes, die ons niet meer willen hebben?
Met een beetje geluk vind je direct een nieuw baasje maar soms…… (ik ben mijn vertrouwen in die tweepotigen helemaal verloren).
Ik heb zelf ook een verhaal en dat wil ik jullie graag vertellen.
Ik kan jullie niet alles vertellen, maar de grove lijnen (voor zover bekend) zijn als volgt:
Ik ben inmiddels een jaar of negen en heb bijna mijn hele leven in Spanje gewoond. Ik had daar een baasje waar ik mee naar zijn werk ging en waar ik lekker rond kon rennen. Vaak ging ik mee in de auto.
Maar op een dag was baasje er niet meer. Zomaar plotseling…..
Ik hoorde dat hij overleden was en toen veranderde alles….
Zijn familie nam mij mee naar huis, maar ik snapte er niks van. Ik heb baasje overal gezocht. Maar welke deur ik ook openmaakte…..hij was er niet. Ik huilde en blafte, maar hij kwam niet terug. De familie die mij opgenomen had vond het allemaal niet zo grappig en ze hadden al gauw genoeg van mijn verdriet. Ze begrepen me gewoon niet. Ik had iemand nodig die bij me bleef.
Ik werd toen naar een asiel gebracht en kwam terecht in een klein hok met tralies. Weg vrijheid! Ik mocht wel regelmatig met een paar andere maatjes naar buiten in een wei.
Niemand kwam mij halen. Ik was waarschijnlijk te oud. En hoe lief ik ook was voor andere dieren, mensen en kinderen, het haalde niks uit. Ik bleef in het hok met tralies. Alleen en opgesloten!
Nu duurt dat in Spanje niet zó lang, maar voor mij was het een eeuwigheid. Toen besloten werd dat ik nu wel lang genoeg in het asiel geweest was, kwam ik op een lijst te staan. De lijst “op weg naar de dodencel”. Samen met nog een aantal andere maatjes zouden we er bij de eerstvolgende lading naar toe gaan.
Nu was er een mevrouw van een Stichting die dit toch wel erg zielig vond en mij en een paar van mijn maatjes uit het asiel haalde. Ik kwam terecht in een gezin in Spanje. Ik ging weer op zoek. Waar was mijn baasje toch? Als ik even alleen gelaten werd raakte ik helemaal in paniek. Waar blijven mijn nieuwe baasjes? Komen ze nog wel terug? Help….ik wil niet alleen zijn. Ook met mijn nieuwe baasjes lukte het niet.
Ze snapten niet wat ik bedoelde en al gauw was ik weer terug in het asiel. Alweer dat kleine hokje met tralies waar ik niet uit kon. Alleen en opgesloten!
Ik heb hier weer een hele tijd gezeten totdat de mevrouw van de Stichting mijn naam weer op de lijst zag staan. Ik stond bij de eerste vijf honden die “afgemaakt zouden worden”; op weg naar de dodencel dus.
Nu werd ik weer door haar uit het asiel gehaald. Ik bleef nog twee weken bij een gastgezin in Spanje. Er moesten blijkbaar allerlei papieren in orde gemaakt worden en ik werd gechipt.
Ook hier kon ik mijn baasje niet vinden en ik geloofde er al niet meer in dat dit mijn thuis zou worden.
Na die twee weken werd ik in een kooi opgesloten en verdween ik in een vliegtuig. Ik snapte niks van het lawaai en de bewegingen. Wat ging er nou weer gebeuren?
Eenmaal geland bleef ik één dag bij die mevrouw en ging ik daarna naar Nederland naar een nieuw pleeggezin.
Ook hier was het in het begin moeilijk. Er woonde een andere reu in huis en daar kon ik het niet direct goed mee vinden. Als man moet je natuurlijk een territorium hebben.
Ik zocht hier ook steeds mijn baasjes op en toen er weer een kooi, genaamd bench kwam, heb ik toch echt wel laten merken dat dit niks voor mij was. Niet weer alleen en opgesloten.
Als baasjes weg gingen, bleef ik met mijn maatje achter en dat ging wel goed.
We gingen drie keer per dag een flink stuk wandelen en dat maakte veel goed.
Tot in januari weer een verandering kwam. Ik werd meegenomen door mijn huidige baas. Ik snapte er niks van. Wanneer ging ik nou terug naar huis? Ik woonde nu toch eenmaal bij dat ene gezin? Ik wist het niet meer.
Zolang er iemand bij me was vond ik het niet zo erg, maar alsjeblieft laat me niet alleen.
Ik volgde baasje overal. Deur open…ik was erbij. Jas aan….. ik was erbij. Baasje naar de wc….ik ging mee (tot aan de deur dan). Even iets pakken…..ik was erbij. En lukte het me niet om erbij te komen, sprong ik de deuren open.
Ik wilde haar niet meer uit het oog verliezen…….. ik wilde haar niet meer kwijtraken.
Samen met haar ging ik kennis maken met de andere dieren, o.a. de Posterse Caviabende.
In het begin wist ik niet goed wat ik met die beestjes aan moest, maar nu ben ik al redelijk gewend en loop ik elke dag rustig mee. Soms huil ik nog zachtjes tussendoor. Wat willen ze nu van mij? Wat is mijn taak bij al die dieren? 
We gaan samen wandelen en ik luister al naar “hier”, “bij voet” en “blijf”. Dit vind ik heerlijk.
Maar ook dit baasje vond het niet zo leuk dat ik ’s nachts blafte en tegen de deuren en op de vensterbanken sprong.
Ze heeft heel erg op me gemopperd. Ik vind mopperen heel eng en ik probeerde me dan te verstoppen, maar liever mopperen dan alleen zijn.
Toen kwam ze met……een bench……Nééééééeeeeee
Ik heb mijn best gedaan en binnen drie weken had ik het ijzer door, een staafje los en de rest verbogen. Oh…. En de onderplaat had ik al binnen een paar dagen aan flarden.
Maar ik ben verder echt héél rustig, lief en zelfs onderdanig.
Als ik iets lekkers krijg neem ik het mee naar de tuin en begraaf het ergens, voor het geval ik straks alleen ben.
Soms graaf ik het uit en zoek weer een nieuwe plek. Reserve voor slechtere tijden! Je weet maar nooit.
Ik wil niet meer gevangen, ik ben bang als ik alleen ben. Ik wil niet meer alleen zijn.
Toen baasje twee weken geleden de bench opvouwde en weg deed ben ik vrolijk door de kamer gesprongen. Eindelijk een teken van haar dat ze me begrepen had. 
Nu slaap ik ’s nachts onder aan de trap op een kussen en hoewel ik liever bij baasje zou zijn, kan ik me hier ook wel in vinden. Ik kán naar haar toe als het zou moeten.
Alleen overdag…… als ze de deur uit gaat en er is niemand bij mij……..
Ik ben een dag met haar mee naar haar werk geweest en dát was gezellig. Er waren heel veel kinderen en o zo veel aandacht voor mij. Maar ze hebben ook heel hard moeten werken van baasje en in die tijd lag ik lekker onder een paar tafels of op mijn kussen.
Helaas mocht dit maar één dag en ondanks protest van de kinderen, die wisten dat ik doodsbang ben om alleen te blijven, mocht ik niet meer terug komen.
Maar baasje doet haar best. Ik ben nooit alleen. Oké, een paar minuutjes tussendoor laat ze me binnen of in de tuin. Maar als het mij een beetje te lang duurt, laat ik me horen.
Als baasje moet werken, ben ik ‘s morgens al zenuwachtig. Ik merk direct aan het ritme ’s morgens of baasje vrij heeft of weg moet. Zo gauw ik buiten kom ren ik direct naar de auto om aan te geven dat ik mee wil.
Ik ga dan naar oma of naar een dagopvang, waar ik met andere honden kan spelen.
Ik vind het nog steeds allemaal heel eng. Maar baasje is me tot nu toe nog steeds komen halen.
Maar vertrouwen dat ik hier mag blijven………. Nee hoor, zo gek ben ik niet meer. Ik wacht maar rustig en gelaten af totdat ik weer moet verkassen……. Ook al zegt baasje dat ik voor altijd blijven mag.
Ik geloof het gewoon niet meer en daarom doe ik mijn uiterste best om haar niet uit het oog te verliezen. Woef!!!
Een poot en een lik van Lurry
|